Historiek

 

Begin jaren negentig werden naar aanleiding van de problemen om het hoofd financieel boven water te houden de eerste contacten gelegd tussen gelijkaardige vervoerdiensten in Grimbergen, Leuven, Antwerpen en Zoersel, waaruit het Overleg van Diensten voor Aangepast Vervoer groeide.Het Sociaal Vervoer Brussel sloot zich hier al vrij snel bij aan.

Het eerste ODAV-dossier werd uitgewerkt met de bedoeling om met een visie op de uitbouw van aangepast vervoer steun te vinden bij de gehandicaptenverenigingen en met een voorstel naar het ministerie van vervoer en van welzijn te trekken om geleidelijk een gebiedsdekkende oplossing in Vlaanderen te bewerkstelligen.

 

In 1996 komt het Vlaams Fonds met een eerste experimentele toelage van 1.000.000 bef voor de toenmalige ODAV diensten over de brug. In 1997 krijgen we er 1 mio bij maar aan dat tempo zijn we nog 200 jaar zoet om aan 200 mio te komen die minimaal nodig zijn om een gebiedsdekkende oplossing voor Vlaanderen te realiseren. Ondertussen mist men de kans om een aantal interessante tewerkstellingsprojecten op te starten, waar laaggeschoolden aan de bak zouden komen, en waarmee men een onontbeerlijke stap in de integratie van gehandicapten zou zetten.

 

Hetzelfde jaar dreigen twee ODAV diensten zonder personeel te vallen wegens de stopzetting van het lopende tewerkstellingsprogramma.

Dit kan niet vonden ook KVG en VFG en met hun steun werd actie gevoerd op het Martelarenplein met als resultaat 3 mio VESOC-middelen om zes chauffeurs aan te werven gedurende zes maanden en een belofte van de toenmalige Vlaamse minister-president Van den Brande om een oplossing uit te werken op lange termijn.

 

In september 1998 was er echter nog steeds geen oplossing, zodat we met onze minibussen naar het Martelarenplein reden en de sleutels gingen afgeven op het kabinet van de eerste minister.

Enkele dagen later besliste de Vlaamse regering een eerste “overbruggingskrediet”  van 4.5 mio  uit te betalen en op 6 oktober 1998 keurde de Vlaamse regering een ontwerpnota goed over de uitbouw van vraagafhankelijk vervoer voor personen met een handicap. Er werd 40 mio voorzien om 13 pilootprojecten te realiseren via het mobiliteits-convenantenbeleid. Een bijdrage van eveneens 40 mio werd verwacht van provincies en gemeenten. Na enige tijd blijkt dat de onderliggende besturen deze werkwijze van de Vlaamse regering niet aanvaarden en de pilootprojecten moeten in 1999 noodgedwongen weer afgevoerd worden

 

Ondertussen waren Mieke Vogels en Steve Stevaert aangetreden als minister en ze waren bereid elk de helft van het overleven van de Odav diensten ten laste te nemen, door in 1999 en 2000 overbruggingskredieten te voorzien ten belope van het begrotingstekort.

 

Op 25 juli 2000 beslist de Vlaamse Regering op voorstel van de beide ministers om 34 mio bef ter beschikking te stellen en om door Gelijke Kansen in Vlaanderen een subsidieregeling te laten uitwerken in functie van een gebiedsdekkende oplossing voor de mobiliteitsproblematiek van personen met een handicap in de stedelijke gebieden van de Vlaamse gemeenschap. 6 mio gaat naar minister Stevaert om het belbuscircuit in de landelijke gebieden aan te passen voor vervoer van personen met een handicap.

 

In 2001 verschijnt de eerste subsidiegids uitgegeven door Gelijke Kansen in Vlaanderen en worden er 9 diensten erkend (waaronder de oorspronkelijke Odav-diensten) die bereid zijn op een gelijkaardige wijze aangepast vervoer aan te bieden. In 2002 worden het er 10, en in 2003 komen er nog 4 erkenningen bij.

 

Via deze reglementering wordt de basis voor een aangepast vervoerscircuit gelegd: een aantal diensten worden op basis van een grondige evaluatie erkend, en ondergebracht in een actief netwerk van waaruit wordt gewerkt aan de uniformisering van de dienstverlening. Ondertussen wordt er  overleg gestart met provincies en lokale besturen met het oog op logistieke samenwerking en co-financiering.

 

 

 

De subsidiëring via Gelijke Kansen blijft lopen tot op de dag van vandaag. Het is nog steeds een projectsubsidiëring en het totaal bedrag is, afgezien van een eenmalige index-aanpassing,  niet verhoogd; integendeel. Bij het opstarten van een proefproject met De Lijn in de regio Mol en Leopoldsburg, is het budget voor twee ODAV diensten die hier aan het werk waren, naar De Lijn gegaan. Ondertussen hebben de twee diensten afgehaakt (DAV Mol en DAV Leopoldsburg), waardoor het aantal aangesloten ODAV-leden momenteel op 12 staat.

 

Na meer dan 10 jaar werken is er nog steeds geen structurele oplossing voor de diensten aangepast vervoer, die ondertussen op jaarbasis 3.900 mensen helpen, 106.000 ritten uitvoeren,  voor een totaal van 1.017.000 beladen kilometers, en 109 mensen (75 VTE) tewerk stellen (cijfers ODAV 2007).